Column Alex de Bruijn over talentontwikkeling op school

    De scholen zijn weer begonnen. Laat de kleine Rembrandtjes niet verloren gaan.

    Willen we werk maken van talentontwikkeling op school, dan moeten we ingrijpen in het huidige onderwijssysteem, betoogt Alex de Bruijn. Want onderwijs is niet passend als het alleen maar aansluit bij het cognitieniveau van de leerlingen. Talent kan pas echt tot ontwikkeling komen als we hoofd, hart en handen van leerlingen aanspreken.In alle regio's is na een lange rustperiode de schooltrein weer in gang gezet.  Dit is een uitstekend moment om eens te reflecteren. Zo zouden schoolteams eens kunnen stilstaan bij de manier waarop zij het onderwijs organiseren. En zich afvragen waarom ze dat eigenlijk zo doen. 

    Sjef Drummen, onderwijskunstenaar en oprichter van Agora (een nieuw onderwijsmodel), stelt in de onlangs uitgezonden Tegenlichtdocumentaire De onderwijzer aan de macht een aantal interessante vragen. Hij vraagt zich af waarom kinderen geselecteerd worden op cognitieniveau en leeftijd en waarom kinderen in groepen van 25 tot 30 bij elkaar zitten en niet bijvoorbeeld in groepen van 120. Het is goed om je als school eens af te vragen of de manier waarop je het onderwijs hebt georganiseerd wel optimaal bijdraagt aan het leren van alle leerlingen.  

    Benadruk de veelkleurigheid  
    Vrijwel elke school, zeker die met een christelijke signatuur, geeft de uniciteit van kinderen terecht een prominente plek in schoolplan en schoolgids. De vraag is of de praktijk op deze scholen hetzelfde laat zien als dat wat zij op papier belijden. Benadrukken scholen in de lessen de veelkleurigheid die onze Schepper in Zijn schepping heeft gelegd? Of brengen ze deze terug tot op zijn hoogst een aantal grijstinten? 

    Van het huidige onderwijssysteem, dat we natuurlijk zelf gecreëerd hebben, moeten scholen het niet verwachten. Dat laat niet veel ruimte voor pluriformiteit. Methodes, toetsen en jaarklassensystemen zijn veelal gebaseerd op het principe van gelijke monniken, gelijke kappen. Maar er zijn op school geen gelijke monniken, dus passen ook gelijke kappen niet! Ieder kind is gelijkwaardig, maar niet gelijk. 

    Wat zou het onderwijs winnen aan kracht en inspiratie als we deze ongelijkheid niet ‘wegorganiseren’,  maar juist benadrukken en benutten. Scholen moeten hun onderwijs zó organiseren dat we recht doen aan de veelkleurigheid van de schepping. 

    Een voorbeeld. Een leerling met veel talent voor en interesse in techniek besteedt vrijwel hetzelfde aantal uren aan dit vak als een leerling die veel beter is in het schrijven van een mooi verhaal en dat ook liever doet. Hoe verhoudt dat zich tot het uitgangspunt van een school dat de uniciteit van iedere leerling belangrijk is? Hoe kan het dat iedere leerling ongeveer hetzelfde aantal uren per jaar tekenopdrachten uitvoert? Terwijl er kleine Rembrandtjes tussen zitten, maar ook leerlingen die op tekengebied nooit ver zullen komen? 

    Compleet verrast door talent 
    Onlangs zag ik bij de repetitie van een afscheidsvoorstelling van groep 8 dat een aantal leraren compleet verrast was door het talent van een van de leerlingen. Het verbaasde mij dat ze het nu pas zagen. Het betekent dat dit talent bijna acht jaar onopgemerkt is gebleven en dat er dus ook weinig mee is gedaan. 

    Onderwijs is niet passend als het alleen maar aansluit bij het cognitieniveau van de leerlingen. Echt passend wordt het als we in een klimaat van erkende ongelijkheid (en dat is wezenlijk!) hoofd, hart en handen aanspreken. Daarvoor moeten we buiten bestaande kaders denken en zoeken naar vormen die  meer op de uniciteit van leerlingen aansluiten. 
     
    Hoe dat zou kunnen, zag ik bij een basisschool die werkt met stamgroepen, instructie- en werkplekken. De schooldag begint in de stamgroep (samengesteld op leeftijd) met Bijbelvertelling en gebed. Daarna gaan de leerlingen naar een werkplek die ze eerder hebben uitgekozen. Bijvoorbeeld naar het Taalplein (verhalen, gedichten), Atelier (schilderen, klei), Techniekcentrum (techniek, wetenschap) of het Rekenplein (toegepast rekenen). Voor de basisvaardigheden zoals lezen en rekenen, gaan de kinderen naar instructieplekken. 
    Op de instructie- en werkplekken werken leerlingen met ongeveer hetzelfde niveau uit verschillende stamgroepen. Daar kunnen leerlingen elkaar vragen stellen en helpen; goed voor het zelfvertrouwen en de ontwikkeling van sociale vaardigheden. 

    Dit voorbeeld bewijst dat het kan: meer recht doen aan de uniciteit van leerlingen. Willen scholen werk maken van talentontwikkeling, dan zullen we wat moeten veranderen aan het huidige onderwijssysteem. Ik hoop dat scholen (meer) werk maken van een cultuur waar leerlingen ruimte krijgen om hun persoonlijke talenten te ontwikkelen. Dat is onderwijs organiseren om te leren! 

    De scholen gaan weer beginnen. Er is voldoende werk aan de winkel! 

    Dit is een bewerkte versie van een artikel dat op 26 augustus werd gepubliceerd in het Reformatorisch Dagblad 

    Alex de Bruijn is managementadviseur bij Driestar Managementadvies en kerndocent bij Penta Nova (een opleiding voor schoolleiders). Alex heeft ruime ervaring als leerkracht en (adjunct-)directeur in het basisonderwijs. Hij is initiatiefnemer en mede-auteur van de boeken 'Onderwijs vraagt leiderschap!' en 'Zorg vraagt leiderschap!', beide uitgegeven bij Scriptum in Schiedam.