Maak van Theatereducatie een volwaardig en uitdagend onderdeel in het curriculum

    Door Cock Dieleman • 23 juni 2015 • bron: www.lkca.nl

    Muziekeducatie staat momenteel volop in de belangstelling, maar rondom theatereducatie is het opvallend stil. En dat is volledig onterecht, aldus Cock Dieleman. Lees zijn pleidooi voor theatereducatie binnen het onderwijs. 'Als wij kinderen tot meer dan alleen rechtlijnige denkers willen opleiden, moet ook theatereducatie een evenwichtig onderdeel worden van het curriculum.'

    In de kunstvakken bestaat een hardnekkige hiërarchie, niet alleen in Nederland maar vrijwel overal ter wereld. Bovenaan staat beeldende vorming, dan komt muziek, dan een hele tijd niets en dan volgen vakken als drama, dans en film. Omdat wij het in Nederland bijna alleen maar over het containerbegrip cultuureducatie hebben, wordt die hiërarchie wel eens uit het oog verloren. Soms lijkt het wel of het niet zo veel uitmaakt met welke kunstvorm kinderen in aanraking komen, als het maar onder die enorme paraplu cultuureducatie valt.

    Over de waarde en het belang van kunst en cultuur valt te twisten, maar cultuureducatie is goed, dat is de boodschap die de overheid al jaren uitzendt. Daarmee gaat ze echter voorbij aan de bijzondere kenmerken van de verschillende kunstvormen. Wanneer je niet alleen de overeenkomsten maar ook die verschillen als uitgangspunt voor cultuureducatie neemt, ontvouwt zich een veel afwisselender landschap met prachtige vergezichten.

    Het is te stil rond theatereducatie
    Zolang de bijzondere en unieke kenmerken van de verschillende kunstvormen buiten beeld blijven, is de hiërarchie min of meer vanzelfsprekend. Theatereducatie, waaronder zowel drama als dans valt, is in Nederland al enkele decennia bezig met een inhaalrace. En het heeft er een tijdje naar uit gezien dat theater de achterstand daadwerkelijk aan het verkleinen was. Maar de laatste tijd lijkt de hiërarchie juist weer bevestigd te worden. Muziek staat plots enorm in de belangstelling, met name in het basisonderwijs.

    De gemeente Amsterdam bijvoorbeeld heeft voor het basispakket kunst- en cultuureducatie zwaar op muziek ingezet. En minister Bussemaker heeft nog niet zo lang geleden maar liefst 25 miljoen beschikbaar gesteld om muziek in het basisonderwijs een impuls te geven. Intussen heeft beeldende vorming zijn leidende positie in de kunstvakken nooit afgestaan. Dezelfde minister Bussemaker loofde onlangs nog een prijs van € 50.000 uit voor het beste voorbeeld van museumeducatie voor kinderen.

    Rondom theatereducatie is het echter opvallend stil. En dat is onterecht. Het bijzondere van alle vormen van theater is dat het lichaam zelf als medium wordt gebruikt. Bij theatereducatie leren kinderen dus hun hele lichaam te gebruiken en niet alleen hun hoofd en de hand waarmee ze schrijven of hun iPad bedienen. Dat is belangrijk genoeg in de schoolomgeving waar kinderen de meeste tijd zittend doorbrengen. Tegelijkertijd biedt theatereducatie door haar multimediale karakter als enige de mogelijkheid om ook alle andere kunstvormen aan bod te laten komen.

    Spelenderwijs werken aan inlevingsvermogen
    De laatste tijd is er veel te doen over het zogenaamde rendementsdenken in de (semi)publieke sector, waartoe ook het onderwijs wordt gerekend. Vooral kwantitatieve effecten tellen in dat denken mee en daarom moet alles zo veel mogelijk in cijfers gevangen worden. Ook cultuureducatie wordt soms op die manier afgerekend. De kunstvakken tellen dan pas echt mee als ze op andere terreinen dan de kunsten zelf aantoonbare effecten sorteren. Deze worden transfereffecten genoemd en er is wereldwijd veel onderzoek naar gedaan. Maar ze zijn vaak moeilijk te bewijzen en niet altijd onomstreden.

    Zo hebben heel wat onderzoekers proberen aan te tonen dat muziekonderwijs het wiskundig inzicht van kinderen kan verbeteren. Maar willen we echt dat kinderen meer gaan zingen om ze beter in wiskunde te laten worden? Van theateronderwijs is echter aangetoond dat het effecten heeft die veel dichter bij de kunstvorm zelf liggen. Door toneelstukjes te spelen werken kinderen spelenderwijs aan hun taalvaardigheid. En door een rol aan te nemen leren ze zich in een ander te verplaatsen en kunnen ze hun sociale vaardigheden verbeteren. Als wij kinderen tot meer dan alleen rechtlijnige denkers willen opleiden, moet ook theatereducatie daarom een evenwichtig onderdeel van het curriculum worden.

    Een belangrijke hindernis is dat slechts weinig leerkrachten genoeg kennis, vaardigheden en zelfvertrouwen hebben om theatereducatie op een zinvolle manier in hun programma te integreren. En vakleerkrachten zijn er nauwelijks, zeker niet in het primair onderwijs. Aan de ene kant zouden drama en dans dus op de pabo veel nadrukkelijker aan bod moeten komen en is er voor het bestaande leerkrachtencorps behoefte aan goede nascholing. 

    Aan de andere kant zou die expertise ook buiten de deur gezocht kunnen worden. Het Nederlandse professionele (jeugd)theater is van erkend hoog niveau en bijna alle theatergezelschappen bieden theatereducatieve programma’s aan. Ze zijn dat meestal zelfs aan hun subsidiegever verplicht. Binnen die educatieve trajecten wordt actieve theatereducatie veelal gecombineerd met het bezoek aan één of meerdere voorstellingen. Scholen zouden daar veel meer gebruik van kunnen én moeten maken.

    Voorstellingen over pesten en loverboys vinden gretig aftrek
    Een belemmering voor meer samenwerking tussen scholen en culturele instellingen, in dit geval theatergezelschappen, is dat de doelstellingen en ambities van beide instituten nogal eens uiteenlopen. Gezelschappen willen kinderen een bijzondere theaterervaring bieden en gaan daarbij confronterende thema’s en ingewikkelde verhaallijnen niet uit de weg. Scholen zijn meestal minder ambitieus en beschouwen het theaterbezoek als een leuk uitje en een welkome afwisseling van de serieuzere onderdelen als taal en rekenen. Of de voorstelling moet juist een educatief doel hebben dat buiten de kunst zelf is gelegen, zoals de voorstellingen over pesten en loverboys die bij scholen gretig aftrek vinden.

    Dat uiteen lopen van vraag en aanbod in het theatereducatieve veld is een serieus probleem, dat niet alleen opgelost kan worden door een ander aanbod van de theatergezelschappen te verlangen. Het is ook belangrijk dat scholen en individuele leerkrachten meer kennis ontwikkelen over de mogelijkheden en onmogelijkheden van theatereducatie en van daaruit hun vragen formuleren. Daarbij mag theatereducatie een volwaardig en uitdagend onderdeel in het curriculum zijn, meer dan alleen een tegenhanger van de leerstofgerichte vakken.

    Cock Dieleman is universitair docent theaterwetenschap aan de UvA met als specialisaties theatereducatie en hedendaags Nederlands theater. Naast zijn docentschap was hij hoofd educatie van Het Zuidelijk Toneel, respectievelijk ZT Hollandia in Eindhoven. Zijn proefschrift uit 2010 is getiteld Het nieuwe theaterleren. Een veldonderzoek naar de rol van theater binnen Culturele en Kunstzinnige Vorming op havo en vwo. Foto: Nationale Beeldbank