Maak het onderwijs weer leuk met spel!

    Meester is docent onderwijsinnovatie aan de Fontys Hogeschool Kind en Educatie. Daarnaast staat hij zelf ook nog wekelijks voor een (plus)klas met kinderen en is hij vanaf september als adviseur en trainer onderwijsinnovatie verbonden aan de CBE Group.
    Tijdens de Dag van de Cultuureducatie gaf hij een workshop over gamification. Het onderwerp is hot, zo bleek uit de grote belangstelling voor zijn sessie. Maar wat is het eigenlijk en wat kun je er mee in het onderwijs?


    Als klein jongetje verveelde Erik zich op school. Dat bleek een prima voedingsbodem voor een carrière in het onderwijs, want wat doen jongetjes die zich vervelen? Die gaan gamen! Als pabostudent vroeg hij zich af hoe het nu toch kan dat kinderen opgaan in spel en niet altijd even veel zin hebben in frontale klassikale lessen. Wat is het geheim van spel? Door het observeren van kinderen in schoolsituaties ontdekte hij al snel dat spelen in ons allemaal zit. Intrinsiek. Zet een stel kinderen bij elkaar op een leeg plein en er ontstaat vanzelf een spel dat zich gaandeweg vaak evolueert. Tijd om het concept spel nader te analyseren. Welke spelfactoren dragen bij de betrokkenheid van de spelers? Zes elementen spelen hierbij een rol:

    1. Uitdaging: een spel heeft een missie die volbracht moet worden.
    2. Onderzoek en experiment: kinderen zijn van nature nieuwsgierig. Spel prikkelt de nieuwsgierigheid en laat kinderen onderzoeken en experimenten. Wat doet een jongetje tegen wie je zegt dat hij niet mag plassen tegen schrikdraad? Juist… En vergeten zal hij het daarna niet snel meer omdat hij het door eigen onderzoek ervaren heeft.
    3. Plezier: de funfactor. Spelen is leuk!
    4. Competentie: spel geeft je het gevoel dat je iets kunt.
    5. Keuzevrijheid: in spel heb je keuzevrijheid, autonomie.
    6. Verbondenheid: wanneer je speelt ben je betrokken bij wat je doet.

    Door het toepassen van spelelementen, kun je meer (plezier) uit het onderwijs halen. Erik zet de deelnemers aan de tekentafel met de opdracht alle (digitale) leermiddelen in ons achterhoofd mee te nemen.

    Aan de slag
    We beginnen met een potje Kahoot. Erik heeft thuis met deze applicatie een quizje over Thailand gemaakt. Iedereen met een smartphone en internetverbinding kan meedoen. Al snel loopt op het digischerm de teller op tot zo'n zestig deelnemers. Per vraag hebben we een aantal seconden om te antwoorden. Een spannend muziekje draagt bij aan de sfeer en het competitie element. Wanneer de tijd om is, zien we meteen het resultaat en een tussenstand. De techniek om als leerkracht met dit soort applicaties te werken, wordt steeds eenvoudiger. Eigenlijk kan iedere leerkracht het.
    Erik laat nog een aantal spellen de revue passeren maar geeft ook voorbeelden van hoe veelgebruikte applicaties als Skype ingezet kunnen worden in het klaslokaal. Zijn studenten bedachten er hele competities mee. En een applicatie als Periscope maakt, door de mogelijkheid van livestreaming, van iedereen een nieuwsreporter.
    Dan moeten we zelf een spel ontwikkelen. Niet digitaal maar gewoon met pionnetjes, dobbelstenen en ander materiaal. In groepjes van vier bedenken we een kennismakingsspel met aan het eind een winnaar. Een deel van de groep gaat aan de slag en een ander deel krijgt de taak het proces te observeren. Al snel wordt er druk overlegd en geëxperimenteerd. 

    Observaties
    Na tien minuten onderbreekt Erik de werkzaamheden om te vragen naar de observaties. Niet iedereen laat zich even gemakkelijk afleiden van zijn net verworven taak van spelletjesmaker. En daaruit blijkt meteen al de betrokkenheid van de deelnemers. Uit de observaties blijkt verder dat er verschillende rollen zijn. Aan de meeste tafels is er iemand die min of meer de leiding neemt en er zijn mensen die een meer beschouwende rol innemen. Helemaal niet erg, zegt Erik. Zo is het in het echte leven ook. Niet iedereen wil en zal een leider zijn. En kritische beschouwers hebben we ook nodig.Ook als de tijd van de workshop voorbij is, zie ik nog een aantal mensen overleggen en doorwerken. Ik vraag wat ze gemaakt hebben. Al pratend komt de medewerkster van Museum Boerhaave op nieuwe ideeën om uiteindelijk enthousiast te concluderen: 'Dit spel kunnen we ook doen met objecten van het museum!' Gauw werkt ze haar ideeën verder uit. Terug op de werkvloer kan zij gelijk aan de slag.

    Ben je enthousiast geworden en wil je ook aan de slag met gamification? Download de handout en bekijk ook de PowerPoint.

    Bron: www.lkca.nl