Eerst kijken, dan zien

    Onderzoek naar waarom basisscholen met hun leerlingen naar kinderdansvoorstellingen moeten gaan

    Waarom moeten basisscholen met hun leerlingen naar kinderdansvoorstellingen? Dat onderzocht Josephine Voets (MA Theatre Studies, Universiteit Utrecht). Omdat veel kinderen van huis uit niet gaan naar deze voorstellingen. En omdat ze zo leren om naar dans te kijken en deze kunstvorm te begrijpen en waarderen.

    Probleemstelling
    De Nederlandse jeugddanssector biedt een gevarieerd aanbod voor de jeugd, maar in de praktijk gaan niet veel kinderen naar dansvoorstellingen. Noch met hun ouders, noch met school. Waarom is het wél van belang dat scholen kinderdansvoorstellingen opnemen in het lesprogramma?

    Conclusies
    Om betekenis te kunnen geven aan dans moeten kinderenvaardigheden ontwikkelen om naar dans te kijken. Het regelmatig kijken naar een dansvoorstelling biedt de mogelijkheid om deze kennis te ontwikkelen. Hierbij is het van belang dat een dansvoorstelling in samenhang wordt aangeboden met zelf dansen en maken van dans, maar ook dat het past bij de ontwikkelingsfasen van het kind.

    Aanbevelingen
    Het onderwijsprogramma voor dans dient aan een aantal voorwaarden te voldoen. 
    Allereerst moet het beschouwen van dans worden gezien één van de pijlers van danseducatie. Dansen, dans maken en dans beschouwen zijn even belangrijk en komen het beste tot hun recht wanneer deze pijlers binnen een onderwijsprogramma met elkaar in samenhang zijn.  
    Ten tweede zorgt een doorlopende leerlijn ervoor dat kinderen kennis er ervaring opdoen met het kijken naar dans. Deze kennis en ervaring zijn nodig om de danstaal te leren begrijpen.
    Ten derde vereist het theaterbezoek een planmatige begeleiding. De leerlingen moeten worden opgeleid in het kijken naar dans. Een leerkracht op school of een expert van buitenaf moet de leerlingen wegwijs maken in het waarnemen, interpreteren, contextualiseren, analyseren en evalueren van dans. 

    Onderzoeksmethode
    Dit onderzoek is een literatuurstudie, waarbij de auteur met een kunstfilosofisch en kunstsociologisch perspectief de waarden, functies en effecten van podiumkunst beziet. Hierbij onderzoekt ze ook vanuit de ontwikkelingspsychologie de mogelijkheden van de basisschoolleerling.Hierbij onderzoekt ze ook vanuit de ontwikkelingspsychologie de mogelijkheden van de basisschoolleerling.