Bussemaker: ‘Blijf maximaal inzetten op cultuureducatie’

    Minister Bussemaker (OCW) blijft maximaal inzetten op cultuureducatie en de maatschappelijke waarde van cultuur in de komende cultuurnotaperiode (2017-2020). Ook vraagt zij de Raad voor Cultuur verder te kijken dan de huidige financiële kaders. Dat zegde de minister gisteren toe aan de Tweede Kamer.
    De minister debatteerde met de Tweede Kamercommissie van cultuur over de adviesaanvraag aan de Raad voor Cultuur voor het toekomstige cultuurbeleid. Het LKCA maakte een verslag.
     
    Cultuureducatie van groot belang
    Een groot deel van de Kamerleden wees op het belang van cultuureducatie. Jacques Monasch (PvdA) wil nog meer integratie van cultuureducatie op scholen. ‘Cultuureducatie is meer dan 10,90 per leerling’. Ook vindt hij dat de departementen Cultuur en Onderwijs meer moeten samenwerken op dit gebied. Jasper van Dijk (SP) is bezorgd dat het geld voor de impuls muziekeducatie alleen terecht zal komen bij scholen die al veel aan cultuuronderwijs doen, in plaats van scholen die het echt nodig hebben. Mona Keijzer (CDA) wees op de grote bijdrage die amateurmuziekverenigingen kunnen leveren aan de impuls muziekeducatie. Carla Dik-Faber (ChristenUnie) benadrukte het belang van vakleerkrachten op scholen.
    De minister was blij dat veel Kamerleden het belang van cultuureducatie zien. ‘Ik kan dit belang niet genoeg benadrukken. Niet voor niets zet ik daar maximaal op in, juist ook in samenwerking met het departement Onderwijs. Het is van groot belang voor de persoonlijke ontwikkeling en de economie van de toekomst. De veelgenoemde 21st century skills, zoals creativiteit en kritisch denken, worden bij uitstek meegegeven door cultuuronderwijs.’ In het kader van de impuls muziekeducatie noemde zij het plan dat al door de provincie Limburg was ingediend, met een grote rol voor de amateurverenigingen.
     
    Maatschappelijke waarde van cultuur
    Mona Keijzer (CDA) vond dat de maatschappelijke waarde van cultuur te weinig terugkwam in de adviesaanvraag voor de Raad voor Cultuur. Volgens Arno Rutte (VVD) zorgde de noodzaak voor de sector om meer en nieuw publiek aan te boren, juist voor meer maatschappelijke binding en waardering voor cultuur.
    De minister benadrukte dat de maatschappelijke waarde van cultuur juist een van haar prioriteiten is. Als voorbeeld noemde zij cultuurparticipatie van ouderen, waar zij samen met staatssecretaris Van Rijn (VWS) voor inzet. In 2015 verschijnt een rapport van de WRR over de maatschappelijke waarde van cultuur. De uitkomsten hiervan zullen de leidraad vormen voor Bussemakers beleid op dit thema.
     
    Ruimte voor hoger budget
    De Kamer uitte zorgen over het budget voor de komende cultuurnotaperiode. Van Dijk (SP) waarschuwde dat met de huidige financiële kaders nog meer instellingen in de problemen zullen komen. Ook Monasch (PvdA) vond dat er ruimte moest zijn voor de Raad voor Cultuur om hiervoor nieuwe voorstellen te doen, bijvoorbeeld in de vorm van scenario’s. De meeste Kamerleden drongen aan op een diepere analyse door de raad van de gevolgen van de bezuinigingen.
    Bussemaker wilde geen beloften doen over meer geld voor de sector. Zij is tot 2017 gebonden aan de huidige financiële middelen. Wel zegde zij toe om de Raad voor Cultuur te vragen om voor de toekomst verder te kijken dan huidige financiële kaders. Een nadere analyse van de Raad voor Cultuur vond de minister niet nodig, zij wees daarvoor op de Cultuurverkenning 2014 van de raad.
     
    Moties
    De SP diende na het debat twee moties in. Een om de Raad voor Cultuur naar de gevolgen van de bezuinigen te laten kijken. En een om in de adviesaanvraag aan de raad geen financiële kaders op te nemen. Beide moties werden door de Tweede Kamer verworpen op woensdag 21 januari.