Kamerbrief over impuls voor cultuureducatie

    Op 24 oktober verscheen een brief van minister Bussemaker (OCW) aan de Tweede Kamer over de plannen voor goed muziekonderwijs voor kinderen van vier tot twaalf jaar. Onder meer met een budgetoverzicht voor cultuureducatie tot 2020.

    In een brief aan de Tweede Kamer van vrijdag 24 oktober 2014 kondigde minister Bussemaker nieuwe plannen aan om de kwaliteit van het cultuuronderwijs te verbeteren. De plannen omvatten onder andere een subsidieregeling voor muziekonderwijs voor kinderen van vier tot twaalf jaar. Deze regeling wordt ontwikkeld binnen de kaders van het programma Cultuureducatie met kwaliteit.

    Handreiking
    In voorbereiding op de regeling is in opdracht van de minister Bussemaker een handreiking opgesteld. De Handreiking muziekonderwijs 2020 toont het belang van goed muziekonderwijs aan en maakt duidelijk welke stappen daarvoor ge-zet moeten worden.

    In de brief staat ook een overzicht met het budget voor cultuureducatie voor de periode 2015-2020. Uit deze tabel zou je – voorzichtig – kunnen concluderen dat het budget voor de komende jaren gewoon beschikbaar blijft. Veel scholen en cultuurinstellingen maken zich zorgen over hoe het na 2016 verder moet met Cultuureducatie met Kwaliteit. Op basis van deze brief lijkt het alsof het geld, weliswaar met het accent op muziek, gewoon beschikbaar blijft.
     
    Tweede Kamer enthousiast en kritisch over impuls muziekonderwijs
    De Tweede Kamer is enthousiast over de impuls voor muziekonderwijs van minister Bussemaker, maar vreest dat het bereik beperkt blijft. Dat bleek tijdens het Kamerdebat over de cultuurbegroting op maandag 3 november. Lees het verslag van het LKCA.
     
    Worden genoeg scholen bereikt?
    De Kamer vroeg zich af hoeveel scholen er nu precies bereikt worden met de impuls muziekonderwijs. Hier had men vraagtekens bij, omdat individuele scholen (samen met een partner) een aanvraag kunnen indienen bij het Fonds voor Cultuurparticipatie. De zorg is dat het daarmee geen impuls wordt voor alle scholen, maar alleen voor scholen die al iets met cultuur hebben.
     
    Samenwerking met amateurmuziekverenigingen
    Kamerlid Keijzer (CDA) diende een motie in om scholen te verplichten om samen te werken met een amateurmuziekvereniging. De minister ging hier niet in mee. Bussemaker wil een verscheidenheid aan initiatieven mogelijk maken, dus verbanden met zowel amateur- als professionele instellingen worden gehonoreerd.
     
    Nadruk op muziekonderwijs
    De nadruk op muziekonderwijs verdedigde de minister met de constatering dat het programma Cultuureducatie met Kwaliteit over alle disciplines gaat. Een ander argument is dat 84% van de ouders muziekonderwijs op school belangrijk vindt en dat slechts 11% van de scholen hun leraren voldoende deskundig vindt op dit vlak. Ook de betrokkenheid van de koningin en de co-financiering door private fondsen spelen een rol bij de keuze voor muziek.
     
    Ideaalbeeld van de minister
    Als ideaalbeeld heeft de minister voor ogen dat in 2020 alle leerlingen in aanraking zijn gekomen met muziekonderwijs. Daarin zal echter het hele onderwijs een rol moeten gaan spelen, inclusief de pabo's. Ook verwees de minister naar de curriculumbrief van de staatssecretaris van Onderwijs die binnenkort uit zal komen. Bussemaker hoopt door het stimuleren van enthousiastelingen dat andere scholen vanzelf zullen aanhaken.
     
    Behoud culturele voorzieningenniveau
    Naast aandacht voor muziekonderwijs, benadrukten Kamerleden Keijzer (CDA) en Monasch (PvdA) dat er aandacht moet blijven om het huidige culturele voorzieningenniveau in stand te houden in de volgende cultuurbeleidsperiode. De minister beloofde om regionale spreiding mee te nemen in de adviesvraag aan de Raad voor Cultuur.
     
    Lang Leve Kunst
    Kamerlid Dik-Faber van de ChristenUnie stelde aan de orde dat het ouderenprogramma Lang Leve Kunst weliswaar een mooi project is, maar wel heel erg kunst als middel inzet. Zij vroeg zich af of kunst puur om de intrinsieke waarde ook mag bestaan of dat het alleen om maatschappelijk nut en economische waarde gaat. Moties

    De Kamer stemde op 11 november over de ingediende moties. Zij stemt op een later moment over de begroting.