Trots talent

    Succesfactoren voor doorstroom van binnen- naar buitenschools talent

    Hoe stimuleer je kinderen om ook na schooltijd kunst te maken? ‘Trots’ is daarbij een sleutelwoord. Trotse ouders. Kinderen die zelf trots (durven) zijn. Maar welke factoren zijn nog meer doorslaggevend? En wat kun jij als leerkracht betekenen?

    Ouders hebben de meeste invloed
    Het is geen nieuws meer dat de doorstroom van kunst op school naar kunst in de vrije tijd, vooral wordt bepaald door de ouders. Hun sociale milieu en opleidingsniveau zijn belangrijke factoren en vergeleken met de invloed van ouders maakt een school maar een klein verschil. Dit feit hoeft je echter niet te ontmoedigen. Integendeel: je kunt het gebruiken om te zorgen dat kinderen ook buitenschools aan kunst gaan doen.

    Hoe dan? Door ouders te betrekken bij de kunst- en cultuurprojecten op school. Denk erover na wat je van ze wilt: dat ze komen kijken? Dat ze thuis hun kind stimuleren verder te werken aan een project, of oefenen voor een uitvoering? Wil je ze (mede)verantwoordelijk maken voor bepaalde onderdelen in een schoolproject? Bedenk vervolgens wat daarvoor nodig is. Maak een plan voor de manier waarop je ouders wilt bereiken en betrekken. Zorg wanneer je ouders een rol geeft altijd dat je de uitgangspunten en ideeën over de kwaliteit van het project helder communiceert. En onderzoek of je kunt samenwerken met culturele organisaties: die hebben ook baat bij ouderbetrokkenheid en doorstroom, en bovendien een scherp oog voor kwaliteit.
     
    Verbinden met de wijk
    Naast ouderbetrokkenheid is de nabijheid van kunst en cultuur – letterlijk en figuurlijk – een succesfactor. Dus een cultureel aanbod in de buurt, en een aanbod dat aansluit bij de belevingswereld van kinderen. Kunstlessen op school krijgen lang niet altijd een vervolg in het buitenschoolse aanbod. Maar stel: je biedt de danslessen van het kunstencentrum aan in brede-schooltijd, of je laat de brassbandmuzikanten lesgeven in het buurthuis, dan vergroot je de kans op doorstroom. Ook een 'voor wat hoort wat'-aanpak werpt vaak vruchten af: kunstenaars met een atelier in het schoolgebouw, die in ruil daarvoor de leerkrachten ondersteunen bij hun beeldende lessen. Kinderen en ook leerkrachten en ouders weten de weg naar zo’n atelier al snel te vinden voor inspiratie. De kunstenaar krijgt vaak een status als 'onze kunstenaar' – zowel in de school als in de buurt.
    Zo’n wij-gevoel rond kunst en cultuur en de verbondenheid met de wijk zijn enorm belangrijk voor de betrokkenheid. Binnen Muziekroute Utrecht wordt de relatie met de omgeving van kinderen gelegd door scholen te laten samenwerken met muziekgezelschappen. Leerorkesten hanteren dezelfde werkwijze om ouders trots te maken op hun kinderen, en kinderen op hun prestaties.
    Figuurlijk dichtbij kinderen zijn doe je door de creatieve ontwikkeling van het kind centraal te stellen; en niet de belangen van je eigen organisatie. Organisaties uit verschillende sectoren die lange tijd samenwerken, behalen goede resultaten. Denk daarbij niet alleen aan de samenwerking tussen een school en culturele instelling. Ook koppeling met meer maatschappelijk of sociaal georiënteerde organisaties zoals bijvoorbeeld jeugdzorg werkt goed.
     
    Laat kinderen meebeslissen
    Een cultureel aanbod dat aansluit bij de belevingswereld van kinderen is uiteraard kansrijk. Nog mooier is het wanneer zij zelf daadwerkelijk kunnen meebeslissen én vormgeven. Dan ontstaat eigenaarschap. Soms kan dat al door simpel een ruimte ter beschikking te stellen waar (oudere) kinderen kunnen schilderen, dansen, rappen, of … Belangrijk voor het creëren van eigenaarschap is dat kinderen op hun eigen manier kunnen werken, terwijl ze de mogelijkheid hebben om ondersteuning in te roepen van professionals. Die professionals zijn dan bij voorkeur 'peers' of 'rolmodellen': mensen die dichtbij de belevingswereld van de kinderen staan, misschien uit de eigen buurt komen en die het op eigen kracht 'gemaakt' hebben. De voorbeeldfunctie van allerlei talentenshows is groot zoals The Voice Kids voor kinderen met zangtalent. De Kunstbende maakt al jaren furore met die aanpak en dat het werkt, blijkt door de uitbreiding naar steeds meer disciplines. Zelf iets maken en werken aan een mooi eindresultaat, spreekt kinderen en jongeren aan.
     
    Het verschil maken
    Succes wordt meestal niet bepaald door slechts één van genoemde acties, maar door een en-en-aanpak. Partnerschappen vormgeven voor langere tijd, met een gezamenlijke visie op de creatieve ontwikkeling van kinderen. Zorgen voor laagdrempelig cultureel aanbod, dicht in de buurt, op een originele en voor kinderen aansprekende manier ingevuld waarbij betrokkenen zeggenschap hebben. Dan is doorstroom van binnenschoolse naar buitenschoolse kunstbeoefening kansrijk.
    De overheid hecht veel belang aan de kwaliteit van cultuureducatie en de verankering daarvan op school. Voorlopig zijn scholen en cultuuraanbieders vooral benieuwd of en hoe de doorgaande leerlijn zijn effect ook buitenschoolse zal hebben, maar hoe het ook zij: een bevlogen leerkracht kan geen kwaad. We kennen allemaal de verhalen van die ene bevlogen juf die maakte dat je van schilderen bent gaan houden. Die ene meester die zo in het kind geloofde, dat het zijn maximale potentie aansprak en talent totaal de ruimte kreeg. Als leerkracht kun je absoluut het verschil maken door kinderen te stimuleren hun artistieke talenten te ontwikkelen. Zeker bij kinderen die de succesfactoren 'ouders' of 'milieu' wat minder mee hebben.
    Dit artikel is een bewerking van het gelijknamige artikel in Kunstzone (zie kader) geschreven door Claudia Marinelli van het LKCA.
    Kunstzone, tijdschrift voor kunst & cultuur in het onderwijs, bracht in september een editite uit rond het thema leerlijnen. Binnen het onderwijs wordt een oerwoud van leerlijnen ontwikkeld. De editie geeft een inkijk in de stand van zaken rond 'leerlijnen', maar geeft ook zienswijzen, definities, kaders en landelijke regelingen en afspraken voor de langere termijn.
    Download