Wat leer je van kunst?

    Door Vera Meewis - Medewerker kennisinstituut bij LKCA

    Wat moet het onderwijs leerlingen bijbrengen? Een altijd actuele vraag, omdat onderwijs een groot aandeel heeft in de toekomst van leerlingen. Maar nu net wat extra actueel omdat de Onderwijsraad in haar advies Een eigentijds curriculum het brede maatschappelijke belang van onderwijs extra benadrukt en een nationaal debat wil voeren over de doelen en opbrengsten van het onderwijs.

    De opbrengsten van kunstonderwijs worden gewoonlijk onderverdeeld in kunstzinnige en niet-kunstzinnige effecten. Er is discussie over welk van deze opbrengsten het meest gewenst of waardevol zijn. Om als leraar concreet vorm te geven aan kunstonderwijs is het belangrijk te weten wat realiseerbare doelen en opbrengsten zijn. Dit artikel, dat gebaseerd is op theorie en onderzoek, geeft daar inzicht in.
     
    Kunstzinnige leereffecten
    Volgens een van de meest invloedrijke denkers over kunstonderwijs, de recent overleden Elliot Eisner, ontwikkelt kunstonderwijs de denkvermogens van leerlingen. Hij zei: 'The arts are fundamental resources through which the world is viewed, meaning is created and the mind developed'. Als president van de National Art Education Association in de VS maakte Eisner een pamflet met de tien lessen die leerlingen leren van kunst. Dit zijn ze:
    - Van kunst leren leerlingen om tot een goed oordeel te komen over betekenisvolle relaties. Een groot deel van het schoolcurriculum gaat over de juiste antwoorden. Bij kunst gaat het om eigen oordeel boven regels.
    - Van kunst leren leerlingen dat problemen meer dan één oplossing kunnen hebben, en vragen meer dan één antwoord. Kunst biedt meervoudig perspectief.
    - Een van de grootste lessen is dat er veel manieren zijn om de wereld te zien en er betekenis aan te geven.
    - Van kunst leren leerlingen dat doelen niet vaststaan bij complexe vormen van problemen oplossen. Doelen veranderen onder invloed van omstandigheden en kansen.
    - Leren van kunst vereist het vermogen en de bereidheid om je over te geven aan de onverwachte mogelijkheden van een werk terwijl je het maakt.
    - Kunst maakt leerlingen duidelijk dat woorden en cijfers niet genoeg zijn om uit te drukken wat we weten. De grenzen van onze taal zijn niet de grenzen van ons denken. Van kunst leren leerlingen dat kleine verschillen grote effecten kunnen hebben. Kunst handelt in subtiliteit.
    - Van kunst leren leerlingen denken in materiaal. Alle kunstvormen gebruiken middelen om ideeën werkelijk te maken.
    - Van kunst leren leerlingen zeggen wat niet gezegd kan worden. Ze moeten hun poëtische capaciteiten aanspreken om het gevoel dat kunst oproept uit te drukken.
    - Kunst biedt een ervaring die leerlingen op geen enkele andere manier meemaken. Door die ervaring ontdekken ze de reikwijdte en variëteit van wat ze kunnen voelen.

    De positie van kunst in het curriculum van een school laat leerlingen zien wat volwassenen belangrijk vinden.
    In Eisners boek The Arts and the Creation of Mind staat het theoretisch verhaal waarop deze tien punten gebaseerd zijn.
     
    Bereikte leereffecten
    Dit soort kunstzinnige effecten is ook in de praktijk onderzocht. In een onderzoek naar kunstcurricula in het Verenigd Koninkrijk constateerde de Britse onderzoeker John Harland bijvoorbeeld dat er meer aandacht is voor het verwerven van technische vaardigheden dan voor creativiteit, denkvaardigheden en betekenisgeving.
    Ten onrechte, volgens Harland. Hij pleit voor meer afwisseling tussen kunstonderwijs waarbij kinderen vaardigheden leren en waarbij ze kritisch leren luisteren, lezen en/of beschouwen. Een beter evenwicht tussen het aanleren van technische vaardigheden en creatieve toepassingen zou kunnen leiden tot meer leereffecten op dit terrein, omdat leerlingen dan eerder de relevantie zien van het aanleren van basisvaardigheden.
     
    Niet-kunstzinnige effecten
    Er zijn claims dat kunstonderwijs positieve effecten heeft op algemene onderwijsprestaties en resultaten bij taal en rekenen zou verbeteren. En dat kunst daarom belangrijk zou zijn in het curriculum. Wetenschappelijk onderzoek biedt vooralsnog géén steun voor de meeste van deze beweringen. De onderzoeksgroep Project Zero (Harvard Graduate School of Education) toonde op basis van meta-analyses drie soorten causale verbanden aan tussen kunstonderwijs en niet-kunstzinnige effecten:
    - Een causaal verband tussen drama waarbij verhalen in het klaslokaal worden nagespeeld en taalvaardigheden als lezen en tekstbegrip.
    - Een causaal verband tussen muziek spelen en ruimtelijk inzicht, waarbij het effect groter was als leerlingen ook leerden om bladmuziek te lezen.
    - Een medium-groot causaal verband tussen luisteren naar bepaalde soorten muziek en ruimtelijk inzicht. Dit effect is echter van tijdelijke duur en wordt niet in alle studies bevestigd.

    In haar review van onderzoek naar transfereffecten (Arts for Art's Sake? The impact of Arts Education) stelde de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) aanvullend vast dat muziekeducatie luistervaardigheden en gehoor verbetert, wat taalvaardigheden ten goede komt. Dat goed leren kijken naar kunstobjecten bij beeldende vorming de waarneming traint. En dat drama effecten heeft op sociale vaardigheden en een rol kan spelen bij attitudeverandering.
    Een nadruk op dit soort effecten brengt kunstonderwijs in een zwakke positie. Het verwordt dan tot 'hulpmiddel' ter ondersteuning van wat 'echt belangrijk' is. En een leerling leert nog steeds beter rekenen door meer te oefenen met rekenen, dan door muziek te luisteren.
     
    Kunst in het curriculum
    Kunst is een deel van de menselijke ervaring en van kunstonderwijs leren leerlingen iets dat in de andere leergebieden niet aan bod komt. Daarom maakt kunst onderdeel uit van het onderwijscurriculum. Door kunst te maken, te waarderen, te begrijpen en te beoordelen snappen leerlingen de relaties tussen cultuur en kunst beter en breiden ze hun kunstzinnige competenties uit.
    Ook een kunstcurriculum moet aangepast worden aan de eisen van de tijd. De 21st century skills bijvoorbeeld geven aanleiding om als leraar zelf kritisch na te denken over de vraag wat je de huidige generatie leerlingen wilt bijbrengen aan meer generieke competenties. En over de vragen met welke strategieën je dat doet, en hoe je aanhaakt bij de intrinsieke motivatie om te leren. Om als leerling te kunnen leren van en over kunst moet er voldaan worden aan een paar onontbeerlijke randvoorwaarden, aldus Eisner. Namelijk een stevig curriculum, bekwame vakdocenten en voldoende tijd voor artistieke productie.
     
    Literatuur
    Op de website van het LKCA vindt u een uitgebreider kennisdossier over de leereffecten van kunstonderwijs. En op YouTube kunt u kijken naar een lezing Elliott Eisner: What Do the Arts Teach? Drie kwartier lang behandelt hij manieren waarop kunstzinnige denkprocessen en artistieke creatie bij kunnen bijdragen aan de verbetering van de onderwijspraktijk.