Speel, speel, speel! Want een gezonde geest is creatief

    Interview met Louise Berkhout, gepromoveerd op het belang van vrij spel voor kinderen
    Kinderen in groep 1 en 2 zouden meer gelegenheid moeten krijgen om zonder onderbreking te spelen, en zonder dat volwassenen daar een doel bij stellen. Dat is de conclusie van Louise Berkhout in haar promotieonderzoek naar de relatie tussen spel en ontwikkeling.

    Louise Berkhout onderzocht de relaties tussen spel en de ontwikkeling bij kinderen van vier tot en met zes jaar. 'Mijn advies is om kinderen minstens een paar uur per dag vrij te laten spelen. In het onderwijs voor groep 1 en 2 zijn taal en rekenen speerpunten geworden. Er is steeds minder kennis over het belang van spelen. Terwijl fantasiespel erg belangrijk is voor het ontwikkelen van creativiteit en sociale vaardigheden. Bovendien levert het een bijdrage aan het verwerken van de grote gebeurtenissen in het leven van jonge kinderen'.

    Spelen en ontwikkeling
    Louise Berkhout interviewde 52 leerkrachten van twintig scholen. Ze beschrijft de karakteristieke kenmerken van spel: 'Het is plezierig en vreugdevol, het heeft geen doelstellingen, het is spontaan, niet letterlijk (kan doen-alsof elementen bevatten) en vrij van regels van buitenaf. Spel wordt bepaald door de deelnemers, roept actieve betrokkenheid op en heeft een eigen realiteit.'

    De leerkrachten uit het onderzoek vonden spel belangrijk voor kinderen. Zij gaven daarvoor als argumenten dat een kind door te spelen leert om zichzelf te zijn tussen anderen, en communicatieve vaardigheden en sociale cognitie ontwikkelt. Ook 'leren door ervaring' is een belangrijke kwaliteit.' De leerkrachten zien spel en de bijdrage ervan aan de ontwikkeling van jonge kinderen als een integraal proces.

    Bewegen en fantaseren
    Uit een analyseerde van het vrije spel van 877 schoolkinderen blijkt: 'In groepen met minder dan zestien kinderen werd bewegelijker en met meer fantasie gespeeld dan in grotere groepen. Daar deden kinderen meer kortdurende tafelspelletjes en kunstzinnige activiteiten', aldus de onderzoekster.

    Ook keek ze naar de relatie tussen spelactiviteiten thuis en de ontwikkeling van vierjarigen. Ouders vulden vragenlijsten in waarmee het spelgedrag van de kinderen thuis in kaart werd gebracht. Het blijkt dat jongens meer betrokken zijn bij bewegelijk en constructiespel, en meisjes meer bij fantasiespel en creatieve activiteiten.

    Juffen voor jongens?
    Dat jongens vaker bewegelijk spel kiezen dan meisjes, roept volgens Louise een belangrijke vraag op: wordt thuis en op school voldoende tegemoet gekomen aan het jongensverlangen naar motorisch spel? Dit vereist binnen- en buitenruimte, en enige tolerantie van volwassenen met betrekking tot beweging en lawaai. Lousie: 'In de huidige discussie over het gedrag van jongens wordt vaak gesteld dat zij zich moeten aanpassen aan vrouwelijk normen, zoals een voorkeur voor verbale interactie. Op basis van mijn onderzoek verwacht ik dat dat niet goed is voor hun ontwikkeling.'

    Mannelijke leerkrachten zijn schaars in het primair onderwijs. Bij 85 procent van de kinderen staat er een juf voor de klas. Dat is geen goede afspiegeling van de samenleving en kinderen missen hierdoor mannelijke rolmodellen.

    Ook vanuit emancipatoir oogpunt is het wenselijk dat jonge leerlingen op school zowel met mannen als vrouwen te maken krijgen. Zo krijgen zij hopelijk niet het vooroordeel dat lesgeven een vrouwenberoep is. Onderzoek laat zien dat jongeren bij de keuze voor een toekomstig beroep in belangrijke mate worden geleid door vroege oordeelsvorming en seksestereotiep denken. Ook het ministerie van OCW ondersteunt 'meer mannen voor de klas'. In Nederland is daarom een campagne gestart om het tekort aan mannelijke leerkrachten op de basisschool aan de orde te stellen.
    Meer informatie op Mannenvoordeklas.nu
     
    Bron: icc.nl