Prikkels in je hoofd

    Ontwikkeling van creativiteit essentieel voor gezonde hersenen
    Een school kan, samen met ouders en anderen in de sociale omgeving van het kind, de voorwaarden scheppen voor optimale ontwikkeling van talenten van kinderen. Pleidooi voor een rijke leeromgeving en variatie.

    Flexibele hersenen
    Onze hersenen zijn heel flexibel en passen zich aan aan een veranderende omgeving. Het brein ontwikkelt zich voortdurend. Daarvoor hebben de hersenen prikkels nodig. Alleen verbindingen die functioneel zijn, blijven bestaan. Een heel jong kind heeft nog zeer veel verbindingen in de hersenen. Bij een puber zijn al talloze verbindingen verdwenen. Hoe meer verschillende dingen je doet en op die manier je hersen prikkelt, hoe meer verbindingen in stand blijven. Kinderen en jongeren hebben dus veel prikkels nodig om verbindingen in de hersenen te maken.

    Juist de kunstvakken bieden veel prikkels waarbij de hersenen gestimuleerd worden en – niet onbelangrijk – de beide hersenhelften verbonden. Taal, ruimtelijk denken, spel en motorisch handelen vinden in verschillende delen van de hersenen plaats. Het ene deel van de hersenen stimuleert daarbij het andere deel. Met blokken bouwen stimuleert naast ruimtelijk inzicht ook de taal, en darten ondersteunt het vermogen tot rekenen door het inschatten van afstand en gewicht. Daarom kan een rijke leeromgeving de voorwaarden creëren voor de ontwikkeling van cognitieve functies. Het materiaal en de manier waarop je dit aanbiedt, zijn heel belangrijk.

    Doe eens gek
    Voor de ontwikkeling van een gezonde dosis creativiteit moeten kinderen ondernemend zijn. Buiten spelen, hutten bouwen, samenwerken, met je handen dingen maken… Het zijn belangrijke dingen waarbij de hersenen op allerlei gebied worden gestimuleerd en ontwikkeld en dat komt ook de ontwikkeling van cognitieve vaardigheden ten goede.

    Het beste is als kinderen in vrijheid kunnen leren: in een inspirerende omgeving met steeds nieuwe materialen en (andere) prikkels. Ideaal is volgens Jolles ongeordend materiaal, zoals op een rommelzolder. Een speel- of ontdekhoek op school moet dus vooral niet te gestructureerd zijn. Ook veel 'old school' bordspelletjes zoals scrabble doen het goed (en maak daarbij vooral nieuwe regels, zoals 'creatieve woorden kunnen in algemene stemming worden goedgekeurd en krijgen een lof-bonus'), of boeken zoals de Gruwelijke Rijmen, waarin Roald Dahl klassieke sprookjes rijmend op de hak neemt.

    Grote verschillen
    In de leeftijd van vier tot tien jaar vindt een enorme rijping plaats van brein en gedrag. Volgens Jolles bén je niet je brein, je kunt je brein juist enorm ontwikkelen. Hij ziet het brein als een soort machine, waarbij de omgeving bepalend is voor hoe het brein zich ontwikkeld. De verschillen tussen het brein van kinderen zijn groot, ondanks gelijke potentie.

    Niet determineren
    Ook in de snelheid van rijping bestaan grote verschillen. Je hebt kinderen die zich snel ontwikkelen, en je hebt laatbloeiers. Tussen peuters kunnen grote verschillen bestaan die enige tijd later zijn verdwenen. Hetzelfde geldt voor kleuters en basisschoolleerlingen. Het ene kind kan als peuter ‘voor’ zijn, en later weer gemiddeld. Een kleuter kan achterlopen, maar een jaar later de achterstand geheel hebben ingehaald. Jolles vind daarom determineren bij kleuters een slecht idee. Ook is hij tegen het op de basisschool vaststellen van het niveau van vervolgonderwijs. Het onderscheid tussen een vmbo- en een gymnasiumleerling wijst hij af. Je moet vooral de potentie zien en talenten ontwikkelen. Ook van Leonardo-scholen of aparte klassen voor hoogbegaafde kinderen is Jolles geen voorstander. Hij pleit voor investeren in ontplooiing, ruimte bieden aan creativiteit, stimuleren van nieuwsgierigheid, ondernemingszin en exploratiezucht. Voor álle kinderen moet je vooral mogelijkheden creëren.

    Leerstrategieën
    Jolles onderscheidt een zestal leerstrategieën: verbaal, ruimtelijk, haptisch, handelingsgericht, fijn-motorisch en lichaamsgericht. Hoe meer hersengebieden en leerstrategieën, hoe beter dat is voor talentontwikkeling, voor leren rekenen en schrijven, enz. Meisjes zijn ook goed in exacte vakken en jongens in taal, hoewel dat weleens anders wordt voorgespiegeld. Maar dat is volgens Jolles cultureel bepaald én heeft te maken met een beperking in leerstrategieën.
    Taal en sociaal gedrag hangen samen: taal stimuleert empathie en helpt emoties te benoemen. Veel voorlezen en vertellen dus, ook in het VO, dat bevordert het denken en het voorstellingsvermogen.

    Wat feiten op een rijtje
    Hoe zit het nou? Kort en goed het volgende.
    - Het brein ontwikkeld zich optimaal bij veel nieuwe impulsen en verschillende prikkels.
    - Leerstrategieën om informatie te verwerken en de voorkeuren hierin, worden mede bepaald door de (leer)omgeving waarin een kind opgroeit.
    - Verwondering ('hé, hoe zit dat?') stimuleert kinderen om meerdere 'routes' te ontdekken die tot de oplossing van een vraag leiden.
    - Hersengebieden rijpen bij vrijwel ieder kind in dezelfde volgorde, maar niet op hetzelfde moment er zijn grote individuele verschillen).
    - Hersenontwikkeling loopt door tot vijfentwintigste levensjaar.
    - Ouders zijn mede bepalend voor een aantal voorwaarden die leren mogelijk maken: voldoende slaap, goede voeding en intellectuele verrijking.
    Meer lezen & kijken
    - Artikel met meer informatie over de leerstrategieën: Talentontwikkeling; de leerkracht en het lerende kind vanuit neuropsychologisch perspectief
    - Boek bij Bol.com Ellis en het verbreinen