Column: Mooi en leuk

    De juf zelf in het museum

    Vorig jaar bleven de koffers die bij het cultuurproject over water horen dicht. Volgens enkele collega’s zat er ‘niks’ in en anderen namen niet eens de moeite om erin te kijken. De handleidingen, fotoseries, proefjes en waterbanen bleven ongebruikt. Wel werd er ijverig geshopt op internet en stond er na drie weken een fraaie tentoonstelling met leerlingenwerk over het thema water. Wat er precies geleerd is over water en de manier waarop mensen daar over de hele wereld mee omgaan, weet ik niet. Misschien veel meer dan ik uit de tentoonstelling kon opmaken. Dat hoop ik. Want wat daar getoond werd, was vooral mooi en leuk. Er is niets mis met mooi en leuk, zolang het doel van de cultuureducatie in de projectweken maar niet verwordt tot: 'je klas aankleden met leuke knutsels omdat er ouders komen kijken'. Dit jaar is ervoor gekozen om een leerlijn erfgoededucatie in huis te halen. Om te voorkomen dat de bijbehorende koffers ongebruikt blijven, heb ik de makers ervan uitgenodigd voor een presentatie. Er wordt door de meeste collega’s enthousiast gereageerd. Maar één koffer valt tegen: die over industrialisatie. ‘Mogen wij niet ook de koffer van groep 8 gebruiken?’ vragen de collega’s van groep 7. Ik denk dat ik het probleem met de koffer wel snap. Industrialisatie is niet 'mooi en leuk', dus wat moet je daar nou van maken? Maar het gaat niet om eindproducten, er hoeven geen kinderkunstwerken te komen. Met muurkranten, werkboekjes, foto’s en filmpjes van excursies kun je vertellen over het leerproces. Het gaat om de inhoud.

    Erfgoed dus, koffers van prehistorie tot de twintigste eeuw. Tja, hoe leg je dat uit in een de gezamenlijke opening waarmee we projectweken starten? We besluiten met de cultuurwerkgroep om niet de vertrouwde podiumpresentatie te doen, geen liedje en toneelstukje door leerkrachten, geen 'mooi en leuk'. We gaan het eens heel anders aanpakken.

    In de gymzaal maken we een erfgoedmuseum-voor-één-dag. Erfgoed van onszelf. ‘Wat moet ik dan meenemen, ik heb niks!’ reageren een aantal collega’s bezorgd op ons plan. Maar dat valt reuze mee. Erfgoed is ‘gewoon’ iets van vroeger. Iets dat je wilt bewaren. Niet omdat het duur is, maar omdat jij het waardevol vindt, omdat er een verhaal aan vastzit.

    Met een paar doeken over wandrekken en tafels creëren we een museale achtergrond voor onze schatten, die samen met kinderfoto's en informatiebordjes worden neergezet. Zo staat er een oude naaidoos met ‘Hij was van mijn oma, die voor mij …’ Bij een houten bankje lees ik ‘Dit was mijn leugenbankje, als dit bankje verhalen kon vertellen dan …’ en er is een lappenpop met ‘Zelfgemaakt toen ik dertien was, hij heeft dezelfde naam als mijn zoon’. De door motten aangevreten beer kun je niet ‘mooi’ noemen en de halsband van een overleden hond niet ‘leuk’, maar het museum is interessant en ontroerend.

    Onverwacht leren collega’s elkaar beter kennen en heel persoonlijk presenteren wij ons aan de kinderen. Die vinden het prachtig om te raden wat bij welke meester of juf hoort. En ze weten meteen wat ze willen: ook een museum maken in hun eigen klas. De volgende dag worden er ongevraagd al spulletjes meegenomen met prachtige verhalen. Oud, maar waard om te koesteren. Als dat in de komende excursies naar plaatselijk erfgoed ook duidelijk wordt, gaat dit inhoudelijk een goed project worden. En misschien toch ook wel een mooi en leuk project.