Rijk zet in op cultuureducatie

    In juni 2011 schreef staatssecretaris van cultuur Halbe Zijlstra zijn beleidsbrief Meer dan Kwaliteit. Daarin beschrijft hij het cultuurbeleid voor 2013-2016. Een van de kernpunten van dit beleid is het programma Cultuureducatie met Kwaliteit, gericht op het primair onderwijs. Tijdens een bijeenkomst voor icc-trainers op 15 mei 2012 werd het nieuwe beleid toegelicht. Wat kunnen we vanaf 2013 verwachten?

    Aanleiding
    'We merkten dat cultuureducatie inhoudelijk nog niet goed genoeg is verankerd,' vertelt Wim Burggraaff van het ministerie van OCW. 'De afgelopen jaren richtte het beleid zich vooral op randvoorwaarden voor cultuureducatie. Nu die vrij goed geregeld zijn, is het tijd dat we kijken naar de kwaliteit. We willen werken aan de beoordeling van het behalen van de kerndoelen, aan doorgaande leerlijnen en aan de bekwaamheden van leerkrachten.'

    Rijksbeleid
    Om dit te kunnen realiseren heeft het ministerie een aantal trajecten gestart die op dit moment verder worden uitgewerkt. Zo blijft de € 10,90 bestaan. Dit wordt onderdeel van de nieuw ingevoerde ‘prestatiebox’. Alle scholen voor primair onderwijs ontvangen via die prestatiebox € 10,90 per leerling om aan cultuureducatie te besteden. Zij moeten verslag leggen van hun ambities en van de resultaten. Daarnaast heeft het ministerie aan de Raad voor Cultuur en de Onderwijsraad advies gevraagd over hoe scholen en culturele instellingen ondersteund kunnen worden bij het behalen van de kerndoelen voor kunstzinnige oriëntatie. Op basis van het advies wil het ministerie concrete handvatten voor cultuureducatie laten ontwikkelen. Dit advies wordt in juli 2012 verwacht. Ook moeten alle culturele instellingen die rechtstreeks door het rijk gesubsidieerd worden verplicht een beleid voeren voor cultuureducatie en dit verantwoorden aan het rijk.

    Nieuw kennisinstituut voor cultuureducatie en amateurkunst
    Onderdeel van het beleid van de staatssecretaris is de oprichting van een nieuw kennisinstituut voor cultuureducatie en amateurkunst. Dit instituut vervangt het huidige Kunstfactor, sectorinstituut amateurkunst, en Cultuurnetwerk Nederland, expertisecentrum voor cultuureducatie. Het nieuwe instituut start op 1 januari 2013 en heeft een beleidsplan ingediend bij de Raad voor Cultuur. Op het gebied van cultuureducatie gaat het instituut zich ondermeer bezighouden met deskundigheidsbevordering van het onderwijs en van de cultuursector, met doorgaande leerlijnen en met samenwerking of 'partnerships'. Ook de informatievoorziening blijft van groot belang.

    Piet Hagenaars, directeur van Cultuurnetwerk Nederland, ziet ondanks de bezuinigingen juist ook kansen in dit nieuwe beleid: 'Nog nooit is er in landelijk beleid zo uitgebreid en expliciet aandacht geweest voor cultuureducatie.' Cultuurnetwerk heeft op dit moment ook een informatiefunctie voor cultuureducatie en is onder meer verantwoordelijk voor cultuurcoördinator.nl, de Culturele onderwijstentoonstelling en Cultuurplein.nl. Hagenaars verwacht dat deze onderdelen over het algemeen door kunnen gaan in het nieuwe instituut. 'Ik weet niet of het dezelfde vorm en naam zal behouden, maar ook het nieuwe instituut gaat informatie verspreiden over cultuureducatie. Daar horen zeker websites, nieuwsbrieven en bijeenkomsten voor cultuurcoördinatoren bij.'
     
    Lokaal beleid
    Ook in het lokale beleid van gemeenten en provincies is vanaf 2013 weer aandacht te verwachten voor cultuureducatie. Al jaren werken rijk, provincies en gemeenten samen om de deelname aan cultuur te versterken. Het Fonds voor Cultuurparticipatie ontwikkelt nu in opdracht van het ministerie een nieuwe regeling over cultuureducatie met kwaliteit voor provincies en gemeenten. In die regeling kunnen gemeenten en provincies per inwoner geld voor cultuureducatie ontvangen van het rijk, wanneer zij een even groot bedrag zelf bijleggen (‘matching’). Deze regeling lijkt op de regeling cultuurparticipatie zoals die op dit moment bestaat. Alleen vanaf 2013 gaat het nadrukkelijk over cultuureducatie in het primair onderwijs; in het huidige bestel is dat breder.

    Voor deze regeling gelden dezelfde aandachtsgebieden als in het overige beleid: doorlopende leerlijnen, samenwerking met en versterking van culturele instellingen, deskundigheidsbevordering en het behalen van de kerndoelen. Nieuw is dat niet de gemeenten en provincies zelf de aanvraag moeten doen, maar dat zij hiervoor een culturele instelling moeten voordragen. Deze instelling kan een plan indienen bij het fonds, mits de gemeente of provincie heeft gezegd akkoord te gaan en te willen matchen. Provinciale steunfuncties waar icc-trainers werken, kunnen dus bijvoorbeeld met deze regeling de ondersteuning van cultuurcoördinatoren versterken. De regeling wordt 1 augustus 2012 gepubliceerd en aanvragen kunnen ingediend worden tot 1 december.